‘Bivakkeren op het snijvlak van theorie en praktijk’
Met zijn mechanica-achtergrond heeft Johan Blaauwendraad belangstelling voor de theorie, maar tegelijkertijd zoekt hij steeds de omgang met mensen en het rechtstreekse contact met de bouw.

De nestgeur van de bouw
Deze hang naar de praktijk loopt als een rode draad door de loopbaan van Blaauwendraad. Na afronding van zijn studie Civiele Techniek aan de Technische Universiteit Delft was Blaauwendraad zeven jaar werkzaam bij TNO. Hier hield hij zich voornamelijk bezig met bouwresearch. Daarna volgden zestien dienstjaren bij Rijkswaterstaat onder de vleugels van de bouwdiensten. In deze periode promoveerde Blaauwendraad op een mechanica-onderwerp en leverde hij een belangrijke rekenkundige bijdrage aan de bouw van wegen, bruggen, tunnels en waterbouwkundige constructies zoals de stormvloedkering in de Oosterschelde. “Ik heb altijd gebivakkeerd op het snijvlak van theorie en praktijk. Ik ben gaan houden van de nestgeur van de bouw.” De laatste jaren van zijn werkzame leven was Blaauwendraad docent aan de TU Delft en droeg hij zijn steentje bij aan de vorming van jonge eigentijdse ingenieurs.

Prijs/kwaliteitverhouding
Blaauwendraad is voor de tweede keer lid van de jury. Die is anders gaan kijken naar de waardering van de bouwwerken. “De eerste keer draaide alles om het aantal kilogrammen. Maar dit jaar gaan we het aantal kilogrammen waarmee de brug belast kan worden anders beoordelen. We gaan het koppelen aan het aantal dukaten dat het bouwteam heeft gebruikt. Het team dat 10.000 kg belasting kan realiseren met 100 Martens-dukaten scoort beter in de waardering dan het team dat een belasting realiseert van 20.000 kg met 800 dukaten. Omgerekend heeft het eerste team een prijs/kwaliteitverhouding geleverd die aanzienlijk hoger ligt dan die van het tweede team. In een tijd waarin de grondstoffen schaars worden, moeten bouwteams goed en bewust omgaan met hun bouwmaterialen.”

Kleinschalige globalisering
Het bevalt Blaauwendraad dat drie teams voor de tweede keer de uitdaging aangaan. “Die hebben blijkbaar de smaak te pakken. Ik hoop ook dat zij meegaan in de bijgestelde doelen. Zo werkt het ook in werkelijkheid. Werken in de bouw is een continue uitdaging.” Verder doet het hem goed dat er weer Belgische en Nederlandse teams aan het front verschijnen. “Ik zie de samenwerking met deze gelijktalige buitenlanders als een signaal van de globalisering in het klein. Samen werken aan dezelfde doelen. Daar moeten we in de toekomst naar toe.”

<< terug